edithbertrand.com

.
.

Opstelling alleen met thema

Wat mooi zou zijn is als je een methode hebt om zelf een thema bij een opstelling te betrekken zonder dat je daar iemand bij nodig hebt. Dan kun je het makkelijk vaker toepassen. Je ontwikkelt jezelf ermee in vele opzichten. Daarvoor hoef ik geen reclame te maken, ik ga ervan uit dat dat bekend is. Je oefent je daarbij meteen ook op fijnstoffelijk gebied. Misschien had je daar nog niet aan gedacht. 

Een opstelling met een thema zonder begeleiding betekent dat je kijkt naar hoe je jezelf ermee verhoudt. Het thema wordt erbij gelegd maar niet opgesteld.

Als je alleen een opstelling doet met een thema, gaat het erom dynamiek erin te brengen. Je kunt natuurlijk jezelf opstellen en ergens in de ruimte het thema leggen, maar dan heb je nog geen dynamiek, beweging. Beweging kun je erin brengen door de positie die jij kunt innemen als je alleen bent, dat is jouw eigen positie, te verdelen in meerdere posities. 

Ik ga hieronder kort in op de verdeling van jezelf in posities die voor beweging kunnen zorgen.

Posities kind, ouder, volwassene, wijze

Voor de hand ligt de volgende verdeling: kind in mezelf, ouder in mezelf, volwassene in mezelf, wijze in mezelf. 

Nogmaals, de basisgegevens zijn: papieren met deze vier erop en pijl, papier met thema erop zonder pijl want dat wordt niet opgesteld, alleen erbij gelegd. Vier stenen voor de vier posities die worden opgesteld. Pen en papier voor notities binnen handbereik. Je legt de vier posities die worden opgesteld en het thema, doet de vier stenen op de vier op te stellen posities, en je begint op de positie van het kind in jezelf. Dan de ouder in jezelf, dan volwassene in jezelf, dan wijze in jezelf, dan de volgende ronde alles opnieuw en zo blijf je rondes maken. Als een positie zichzelf wilt verplaatsen doe je dat, dan volg je die beweging. 

Procent oefening met de indeling kind, ouder, volwassene, wijze

Vooraf kun je ook bij deze opstelling een procent oefening doen. De procent oefening wordt uitgelegd onder het kopje ‘Inzicht via procent oefeningen’ onder ‘Fijnstoffelijke oefeningen.’ Als je dat hebt gelezen weet je waarschijnlijk genoeg om de procent oefening toe te passen op de indeling kind in mezelf, ouder in mezelf, volwassene in mezelf en wijze in mezelf. Je kunt bij de procent oefening ook een thema pakken. Thema’s kunnen zijn gezin, werk, relaties, enzovoort. Dan is de vraag:

"Voor hoeveel procent wordt (eventueel: in het gezin, op het werk, in relaties of waar je ook maar heen wilt kijken) mijn gedrag bepaald door het kind in me?"

Vervolgens begin je de cirkel te maken en kijk je hoe ver jouw hand wilt gaan. 

Deze vraag stel je ook voor de andere drie posities. 

Je kunt de vier posities ook op briefjes schrijven, de briefjes dicht vouwen en door elkaar halen zodat je niet meer weet welke positie op welk briefje staat. Je pakt dan een briefje in de vrije hand, en stelt daarbij de vraag: “Voor hoeveel procent wordt (eventueel: in het gezin, op het werk, in relaties of waar je ook maar heen wilt kijken) mijn gedrag bepaald door de positie die ik nu in mijn hand houd?” Je maakt dat deel van de cirkel dat gemaakt wilt worden en legt het briefje zo neer, dat je straks weet dat je dit als eerste hebt genomen, het volgende als tweede enzovoort. Als je alle vier de posities hebt gehad, kijk je welke positie op welk briefje staat, zodat je weet welke positie hoe sterk bepalend is in jou momenteel (rond jouw thema).

Posities vrouwelijk en mannelijk

Een andere verdeling voor posities van jezelf die je kunt maken als je een thema opstelt, is de verdeling mannelijk en vrouwelijk. Dus een papier met steen en pijl met mannelijk erop. Een papier met steen en pijl met vrouwelijk erop. En een papier met een thema erop. Deze opstelling is minder sterk bewegend dan de andere opstellingen die ik al genoemd heb. Ik merkte dat als ik de verdeling vrouwelijk en mannelijk volgde, ik in tegenstelling tot eerder genoemde opstellingen, actief moest vragen en met voorstellen moest komen omdat ze anders uit zichzelf geneigd waren te blijven in de houding en situatie die ze direct al aangeven. Ze kwamen uit zichzelf maar een beetje of niet in beweging. Dat kon ik opvangen door vragen te stellen, voorstellen te doen en ze actief op elkaar te betrekken. Zo kwam een mooie beweging op gang naar elkaar toe, elkaar versterkend en elkaar ondersteunend. Zeer waardevol. Maar ik moest bij de opstelling met thema en deze twee posities, wel zelf als begeleider een duidelijke rol spelen. Dus behalve dat ik elk van de twee posities invoelde, moest ik ook mijn eigen begeleider zijn. 

Korte uitleg thematische opstelling

De opstelling die je alleen kunt doen waarbij je een thema betrekt, vervangt niet een thematische opstelling maar is iets anders want je stelt alleen jezelf op in meerdere posities. In een echte thematische opstelling bekijk je ook het thema zelf. Als je dat wilt, heb je wel altijd begeleiding nodig. 

Een kleine thematische opstelling met invoelen heb ik elders uitgelegd, zie het kopje 'Begeleide opstellingen.' Een grotere thematische opstelling met meer mensen doe ik zelf niet en wordt op deze website niet uitgelegd. Om je een beeld ervan te geven als je er niet bekend mee bent: bij een thematische opstelling in een grotere groep zijn meer mensen tegelijkertijd representant. Dan kun je kijken hoe al die verschillende personages die met jouw thema te maken hebben en de representatie van het thema zelf, op elkaar inwerken en wat ze doen en zeggen. Dat is natuurlijk buitengewoon interessant. 

Andere opties voor dynamiek als je alleen bent

Hieronder staan andere dynamische bewegingen die je kunt inbrengen als je alleen bent en een thema wilt betrekken. Voor iedere positie neem je een apart vel papier met een pijl erop. Het thema leg je er los bij zonder pijl want daar ga je niet op staan. De posities voel je in. Uitleg hierover is in kopjes hierboven al gegeven. De dynamische bewegingen die hieronder staan heb ik zelf nog niet uitgeprobeerd. Dynamiek kan komen uit: eigenschappen, behoeftes, levenssituaties, fysieke delen, drie grote vormende invloeden, rollen, levensfasen, leeftijden als kind, leeftijden die je doorlopen hebt.

Eigenschappen

  • De doener
  • De denker
  • De beschouwer

Behoeftes

  • Behoefte aan contact
  • Behoefte aan erkenning/waardering
  • Behoefte aan alleen zijn
  • Behoefte aan expressie
  • Behoefte aan veiligheid
  • Behoefte aan dynamiek

Levenssituaties

  • Woonplek
  • Werk (studie) 
  • Vrije tijd
  • Sociale contacten
  • Gezin

Fysieke delen

  • Linkerkant lichaam
  • Rechterkant lichaam

Zie de casus onderaan.

Drie  grote vormende invloeden

  • Vanuit mijn karakter (zoals je gevormd bent vanuit jouw verleden)
  • Vanuit mijn levensvisie/inspiratie (jouw toekomst, doel, ideaal)
  • Vanuit mijn hart (jouw hier en nu compassie)

Rollen

  • De partner
  • De werker
  • De ouder
  • De kennis
  • De buur/vriend
  • Bij jezelf zijn

Levensfasen

  • Baby
  • Peuter
  • Kleuter
  • Jong kind
  • Puber
  • Jong volwassene
  • Volwassene
  • Middelbare leeftijd
  • Oudere
  • Oude

Leeftijden als kind

  • Foetus
  • 0-1
  • 2-3
  • 4-5
  • 6-7
  • 8-9
  • 10-11
  • 12-13 
  • 14-15
  • 16-17

Leeftijden die je doorlopen hebt

  • 0-7
  • 8-14
  • 15-21 
  • enzovoort

Binnenwereld en buitenwereld

We kijken naar buiten (vanuit de binnenwereld naar de buitenwereld) en beschouwen onszelf als een vaste positie en buiten als bewegend. Bij leren is het andersom: buiten is jouw les, jouw schoollokaal, dat precies goed is en op jouw maat gesneden. De vraag is hoe jij je erin gaat bewegen: wat ga jij ervan leren? Hoe ga jij hierin groeien? Welke rommel kom je tegen om op te ruimen, welke kwaliteiten ga je ontwikkelen en aandacht geven? Buiten ligt vast, jij bent aan het bewegen.

Volgorde van posities leggen

Als je niet op de papieren kijkt maakt het niet uit. Als je wel kijkt heeft het mijn voorkeur om eerst de posities te leggen en als laatste het thema. Zorg in ieder geval ervoor dat het thema vastligt en dat je dat ook al op een papier hebt geschreven voordat je de posities neerlegt. 

Casus Lichaams rechterkant en linkerkant

In een opstelling met de verdeling kind, ouder, volwassene en wijze in mezelf, kwam op de positie volwassene in mezelf, ook het gevoel van verschil tussen rechterkant en linkerkant van mijn lichaam naar voren. Dat diende zich even aan. Ik was er toen niet op ingegaan omdat ik die posities niet had opgesteld. Maar daardoor had wel die verdeling tussen rechterkant van mijn lichaam en linkerkant van mijn lichaam mijn interesse gewekt. Zonder me nog veel af te vragen besloot ik voor het volgende thema dat ik bedacht had, het thema huis, de verdeling in de posities rechts en links te nemen. Nodig: papier met pijl en steen voor rechterkant lichaam, papier met pijl en steen voor linkerkant lichaam, papier met huis erop. Ik legde de drie papieren neer. Wat bleek: rechts stond met zijn rug naar het thema en links ook. Ik ging op rechterkant lichaam staan en pakte de steen op. Rechts wilde niet deelnemen. Oké. Dan ga ik ook niet vragen waarom niet want dat is al deelnemen. Ik ging op linkerkant lichaam staan, pakte de steen op. Links wilde ook niet meedoen. Dus ook deze steen netjes neergelegd en niets meer gevraagd maar de stenen ontslaan van hun taak. Einde opstelling. Daarna ben ik de opstelling met het thema huis gaan doen met de posities mannelijk en vrouwelijk en dat ging prima. 

Achteraf bleef ik met de vraag zitten: hoe zit het met de posities rechterkant lichaam en linkerkant lichaam? Waarom hadden ze niets aangegeven? Waarom wilden ze allebei niet meedoen in een opstelling terwijl ik deze posities van rechts en links in een eerdere opstelling, bij de positie ‘volwassene in mezelf’, wel had gevoeld? Toen kreeg ik een ideetje: ik ga de ‘wijze in mezelf’ vragen. Ik pakte een papier met pijl en ‘wijze in mezelf’, het papier met rechterkant lichaam en het papier met huis, en één steen. Ik legde de papieren neer en terwijl ik dat deed dacht ik: oh nee, dadelijk staat de wijze in mezelf er ook met haar rug naar toe en wil ze niet deelnemen. Maar gelukkig was dat niet zo. De wijze lag met haar pijl gericht tussen de twee papieren rechterkant lichaam en huis in. De drie papieren samen vormden een mooie driehoek. De pijl van rechterkant wees naar buiten, die stond er weer met zijn rug naar toe, maar dat was te verwachten. Ik had linkerkant lichaam niet gelegd want misschien had de wijze over rechts en links iets anders te melden. Links zou ik hierna doen. Het antwoord van de wijze over rechterkant lichaam kwam snel: rechterkant lichaam is een systeem van verwerking dat niet over zaken van buiten gaat, dat hanteert alleen zaken die van binnen spelen. Iets van buiten kent het niet. Oké, dat is duidelijk. Dat geldt natuurlijk ook voor linkerkant lichaam. Dan hoef ik die niet meer te leggen. 

Ik kom nog een keer met ideeën hoe je de posities rechterkant lichaam en linkerkant lichaam kunt inzetten. Dat moet ik nog uitvogelen. 

copyright © Edith Bertrand 2026

We hebben je toestemming nodig om de vertalingen te laden

Om de inhoud van de website te vertalen gebruiken we een externe dienstverlener, die mogelijk gegevens over je activiteiten verzamelt. Lees het privacybeleid van de dienst en accepteer dit, om de vertalingen te bekijken.