.
.
Groepje fijnstoffelijk
Waar ik aan denk is een vorm die ik met een zus en nicht had die beide in Nieuw Zeeland wonen. Wij kwamen regelmatig online samen en verdiepten ons in iets dat speelde, of we bedachten iets om te doen, op fijnstoffelijk niveau. Opstellingen hoorden daarbij. Ook representeren hebben we een keer gedaan. Verder kon dit van alles zijn. Zo zijn we een keer onze heldervoelende, helderziende, helderhorende, heldertastende en helderwetende vermogens nagegaan in de mate waarin we die gebruiken en er ruimte is om meer gebruik ervan te maken, en in hoeverre dat makkelijk zal gaan of moeite kost. Dat was zeer boeiend om te doen. (Zie voor uitleg van deze fijnstoffelijke oefening een tekstdeel onder het kopje ‘Procent oefeningen voor inzicht' onder ‘Fijnstoffelijke oefeningen.’)
Van alles is mogelijk op subtiel energetisch oftewel fijnstoffelijk gebied. Centraal stond om van en aan elkaar te leren. Ieder kon inbrengen. Het groepje was niet bedoeld als een helpend contact, alhoewel je er goed geholpen mee kon zijn, zeker als je een opstelling kreeg. Maar het belangrijkste was om elkaar te stimuleren, op een speelse manier, om meer op fijnstoffelijk niveau bezig te zijn en ons daarin te ontwikkelen.
Een bizondere wending nam het ‘groepje fijnstoffelijk’ toen we in contact kwamen met de kat Ollie, en vanuit hem naar andere dieren. Hierover meer elders op de website, onder ‘Wie is Ollie?’ (onder ‘Natuurwezens’) en onder ‘Animal Interview'.
Als je ook zoiets zou willen doen, hoop ik dat je zelf een groepje kunt vormen.
Casus Het verdronken wezentje
Mijn zus uit Nieuw Zeeland en ik hadden een keer iets op subtiel energetisch niveau gedaan dat niet zoveel tijd vroeg, en we hadden daarom nog tijd over. Ik zei dat het mij leuk leek om een keer te representeren. We bespraken of dat kon online, want dan heb ik begeleiding nodig. Mijn zus zei meteen dat dat kon want afstand telt niet, en ze zei erbij dat ze als begeleider wilde dat ik zelf bij bewustzijn bleef. Jazeker. En wat zou ik dan kunnen representeren? Meteen kwam in me op: oma van moeders kant, dus de moeder van onze moeder. Haar hebben we niet gekend want zij is gestorven toen onze moeder nog een peuter was.
Ik ging staan om haar te representeren, en het eerste dat werd gezegd was: "ik ben jouw oma niet." Even later: "ik ben geen voorouder." En nog even later: "ik ben een wezentje dat verdronken is."
Mij vielen de klompen uit. Hebben we hier wel met een mens te maken? Die vraag stelde ik innerlijk aan het wezentje dat verdronken was.
Toen ontvouwde het zich. 'Ik' is een klein meisje van drie dat verdronken is, en dat rustig in een afgeschermde en veilige omgeving leeft waar het zich oké voelt en uit zichzelf niet uit hoeft. Het is een nichtje van onze oma die haar tante is. En deze vrouw, onze oma, is blijven vragen: “waar is dat kind?” Want dat kind was opeens vermist en was nooit meer gevonden.
Ik kon de ontroering voelen van onze oma dat ze elkaar ontmoetten. Maar ook de pijn bij onze oma: hierover had ze zich al die tijd zo ontzettend druk gemaakt.
Achteraf vroeg ik aan Margrete en Ferry hoe het kan dat dit probleem zich in de spirituele wereld niet had opgelost, en deze vrouw met de vraag naar dit vermiste kindje was blijven zitten. Zij legden uit dat vaak door trauma iemand niet goed bereikbaar is.
Omdat ze hierover getraumatiseerd was, kon ze het kindje niet eerder ervaren. Het was een helpende voorouder opstelling geweest, die anders verliep dan voorzien.
