.
.
De verschillende stappen in het ritueel
De verschillende stappen in het voorouder ritueel zijn:
Thuis:
1. Een helper kiezen (of twee als je dat wenst) en het hele ritueel samen met helper goed voorbereiden;
2. Een voorouder opstelling kiezen en keuze doorgeven (minimaal een week vóór de afspraak);
3. Symbool voor jezelf en symbool voor jouw innerlijke kind kiezen, eventueel zelf steentjes uitkiezen;
4. Startvragen aan voorouders voorbereiden;
5. Generale repetitie plannen en uitvoeren en datum van ritueel plannen. De generale repetitie vindt uiterlijk het weekend vóór de voorouder opstelling plaats.
Tijdens de afspraak:
6. Rituele ruimte creëren;
7. Steentjes en symbolen leggen;
8. Jouw introductie;
9. Indien van toepassing: het veld invoelen en de steentjes bepalen;
10. Invoelen en representeren;
11. Voorouders danken;
12. Steentjes ontslaan van hun taak.
Thuis:
13. Plek voor voorouders maken en verbinding houden.
1. Een helper kiezen (of twee als je dat wenst) en het hele ritueel samen met helper goed voorbereiden
De vragen of opmerkingen die je hebt, stel je in deze fase. Lees alles eerst goed door. Kleine vragen zijn ook belangrijk. In een ritueel telt alles. Als je telefonisch contact wenst, kun je dat aangeven, dat is prima. Ook de helper kan me vragen stellen.
2. Een voorouder opstelling kiezen en keuze doorgeven (minimaal een week vóór de afspraak)
Het ritueel begint bij jou thuis, wanneer je weet welke voorouder opstelling je wenst, en bij de thematische voorouder opstelling ook welke voorouderlijn je wilt opstellen. Zie hiervoor het kopje ‘Twee rituele opstellingen’. Onder het kopje ‘Aangepaste rituele voorouder opstellingen’ worden nog andere rituele vormen aangereikt. Tussen het moment dat je me meedeelt welke keuze je hebt gemaakt en de afspraak, houden we minimaal een week aan. Want vanaf het moment van jouw keuze kunnen spirituele helpers, voorouders en andere betrokken energieën zich gaan voorbereiden, misschien al samen met jou. Hiervan hoef je niets te merken.
Wanneer je een voorouder opstelling hebt gekozen, is duidelijk hoeveel voorouderlijnen je opstelt, hoe de steentjes komen te liggen en in welke volgorde je ze legt, welke steentjes worden gerepresenteerd, eventueel ook wie dat zijn in de voorouderlijn, of dat het veld wordt ingevoeld.
3. Symbool voor jezelf en symbool voor jouw innerlijke kind kiezen, eventueel zelf steentjes uitkiezen
Je zoekt iets uit dat symbool staat voor jouzelf en iets voor jouw innerlijke kind. Beide symbolen neem je mee voor het ritueel.
Kies je zelf je steentjes? Het hoeven zeker geen grote stenen te zijn, maar ook niet te klein zodat ze prettig in de hand liggen om vast te houden. De voorgestelde algemene voorouder opstelling heeft 38 steentjes, de voorgestelde thematische voorouder opstelling 25. Bij gewijzigde vormen is het tellen.
4. Startvragen aan voorouders voorbereiden
Je bereidt jouw introductie-vragen aan de voorouders voor. Wanneer je daaraan behoefte hebt, wanneer je bijvoorbeeld twijfelt over bepaalde vragen, kun je jouw vragen ook van te voren aan me voorleggen. Zie hiervoor het kopje 'Jouw vragen aan voorouders'. Daar staat ook een format voor jouw introductie en vragen.
5. Generale repetitie plannen en uitvoeren en datum van ritueel plannen
De generale repetitie vindt uiterlijk het weekend vóór het ritueel plaats.
Je hebt een uitdraai van jouw voorouder opstelling voor je, je weet hoe je de steentjes leggen moet en wat de volgorde in de opstelling is. Het hele ritueel doen we na zonder voorouders.
De laatste week voor de rituele opstelling vinden geen besprekingen meer plaats. Alles is nu voldoende duidelijk. Als representant in jouw opstelling heb ik van te voren rust nodig. Daarom is dit belangrijk.
6. Rituele ruimte creëren
Vanuit de rust van de week vóór het representeren ontmoeten we elkaar voor de opstelling bij mij thuis in Doesburg. Jij en jouw helper zijn ruim op tijd aanwezig. We hoeven niets meer te bespreken. We zeggen niet veel maar zijn gericht op stilte en het creëren van de rituele ruimte. We leggen alles klaar en drinken misschien nog een kopje thee.
7. Steentjes en symbolen leggen
Als we beginnen, leg je de steentjes in de volgorde van de afgesproken opstelling. Je legt de steentjes zover uit elkaar, dat je tussen ze in kunt staan als je een steentje oppakt om in te voelen. Je zet het symbool voor het innerlijke kind aan de ene kant van je en het symbool voor jezelf aan de andere kant. Je zit op een stoel en kijkt naar de steentjes voor je. Het innerlijke kind is door het symbool als energie vertegenwoordigd bij het ritueel. Daar gebeurt verder niets mee. Zo ook gebeurt niets met het symbool voor jezelf. Het staat voor jou op het moment dat je zelf opstaat om een steen in te voelen en je even niet op je plek zit.
8. Jouw introductie
Wanneer je rustig zit en je er klaar voor voelt, stel je jezelf voor met je voornaam, en nodig je jouw voorouders uit om aanwezig te zijn. Je heet ze welkom en je legt ze jouw vragen voor. Misschien heb je jouw introductie op schrift gezet, of je doet het liever uit je hoofd.
9. Indien van toepassing: het veld invoelen en de steentjes bepalen
Dit onderdeel gebeurt alleen wanneer het invoelen en representeren van de steentjes geen vaste volgorde heeft. Ik herhaal uit het kopje 'Twee rituele opstellingen', onderdeel 'De algemene rituele voorouder opstelling':
“In het ritueel van de steentjes oppakken, invoelen en representeren, wordt niet gewerkt met een vaste volgorde. Het aantal steentjes dat wordt opgepakt, beperken we tot het aantal van de thematische voorouder opstelling, dat zijn er tien. Dat is voldoende voor de verwerking. De keuze voor de steentjes maken we gezamenlijk door het veld in te voelen. Dat hoef je niet alleen te doen. Als je zoiets niet gewend bent, lijkt dit misschien erg lastig of bijna onmogelijk om te doen, maar waarschijnlijk ga je echt iets voelen, en trekt een steentje je aan. Jij, jouw helper en ik hebben velletjes papier, ieder zijn eigen kleur. Als een steen jouw aandacht trekt, leg je er een velletje papier bij, zodat we achteraf weten aan welke steen een voorouder gekoppeld is die wil worden gerepresenteerd, en door wie deze steen is uitgekozen. Het kan zijn dat een bepaalde steen door ons alle drie gevoeld wordt. Dan leggen we er alle drie een velletje bij van onze kleur. Voel je een steentje heel sterk, dan geef je dat weer door meerdere velletjes neer te leggen. Het kan zijn dat iemand van een bepaald steentje al heel blij wordt, of juist een zorgelijk gevoel erbij heeft. Om dat te herinneren kan een wit of zwart papiertje erbij gelegd worden. Misschien voelen we samen meer dan tien steentjes die om aandacht vragen, misschien minder. Dat maakt niet uit. Misschien komt er gaandeweg nog een steentje bij dat gezien wil worden. Ook kan het zijn dat je niet een bepaald steentje voelt trekken, maar dat je er zelf voor kiest dat dat steentje wordt ingevoeld en gerepresenteerd, bijvoorbeeld bij jouw ouders of grootouders. Dat maak je kenbaar met een kaartje waarop staat wie je daarmee precies bedoelt.”
10. Invoelen en representeren
Dit is eerder uitgelegd in de kopjes 'Steentjes invoelen en representeren' en 'Jouw vragen aan voorouders' Tot maximaal tien steentjes worden ingevoeld en gerepresenteerd.
In de thematische voorouder opstelling ligt de volgorde vast, en is hetzelfde als het leggen van de steentjes.
In de algemene opstelling kies je zelf de steentjes. Uit het kopje 'Twee rituele opstellingen', onderdeel 'De algemene rituele voorouder opstelling': "Als we voelen dat we klaar zijn met het invoelen van het veld en we de steentjes die om aandacht vragen, hebben aangegeven met een velletje papier, gaan we weer zitten en ga jij bepalen met welke steen je wilt beginnen. Er is geen bepaalde volgorde. Je kunt dus ook met een steen uit de tiende generatie beginnen, als daar velletjes bij liggen. Het ligt voor de hand te beginnen met een steen waarbij veel velletjes liggen, want dat betekent dat die in de opstelling belangrijk is. Maar het is vrij."
Wanneer een voorouder in een algemene voorouder opstelling is gerepresenteerd, wordt dit aangegeven met een zwarte of witte pion. De zwarte pion staat voor een mannelijke voorouder, de witte voor een vrouwelijke voorouder. Jij of jouw helper leggen dit bij het steentje van betreffende voorouder. Bij de thematische voorouder opstelling ligt de volgorde van invoelen en representeren vast, en daarom is duidelijk wie al geweest is zonder pion.
11. Voorouders danken
Op het einde bedank je jouw voorouders dat ze zijn willen komen, voor wat ze van zichzelf hebben laten zien, voor hun hulp.
12. Steentjes ontslaan van hun taak
De voorouders zijn gekoppeld aan steentjes. Om een steentje weer gewoon steentje te laten zijn, worden de steentjes ontslagen van hun taak. Dat kun je aan mij overlaten, maar kun je ook zelf doen als je dat wilt. De steentjes mogen ook bedankt worden. Je doet dit door je aandacht erop te richten en daarbij hardop te zeggen: “Steentjes, bedankt voor het vertegenwoordigen, jullie zijn nu weer gewoon steentjes”.
Als je wilt maak je een foto van de opstelling.
13. Plek voor voorouders maken en verbinding houden
Om het contact goed te laten doorwerken, is het belangrijk dat je na afloop een plekje voor hen creëert waar je woont en je je regelmatig even met hen verbindt door aan hen te denken.
