.
.
De casussen bij elkaar
Op de website vind je enkele keren kleine stukjes tekst met persoonlijke voorbeelden. Mocht je zo’n tekstje willen teruglezen, dan is dat vaak lastig te vinden. Daarom staan hier de verschillende tekstjes onder elkaar, in de volgorde waarin ze op de website staan.
Een bange voorouder
Wat dat betreft was het meteen raak in de eerste thematische voorouder opstelling. Een voorouder, een vrouw, was zeer bang. Ze was aan het rillen over haar hele lichaam. De vraag werd gesteld waarom ze zo bang was. Dat kostte de voorouder even verwerkingstijd. Toen vertelde ze dat ze op een plek stond waar andere mensen haar absoluut niet wilden hebben. Ze was bang vermoord te worden, hier en nu. Wat was het geval? Ze had als arme vrouw een kind gebaard voor een rijke vrouw die zelf geen kinderen kon krijgen. Maar dat mocht natuurlijk niemand weten! Ze wilde graag af en toe een glimp opvangen van haar kind. Dat moest ze heel stiekem doen want haar leven stond op het spel. Ze dacht dat ze in de opstelling omgeven werd door voorouders van de rijke familie. Tot ze zich realiseerde dat de voorouderlijn bestond uit haar eigen voorouders. Daarop riep ze uit naar degene voor wie het ritueel was: “weet jij wel dat je dan met míjn voorouders te maken hebt?” Ze dacht dat dat voor deze persoon een hele openbaring moest zijn om opeens te maken te hebben met een voorouderlijn van arme sloebers, in plaats van uit een rijke familie te stammen.
Dit zal niet de laatste keer zijn geweest dat zoiets gebeurt.
Uit: 'In contact komen met voorouders' onder ‘Voorouder opstellingen’
Niet weer mijn vader
De voorouderlijn versterken voor je gebeurt ook doordat bijvoorbeeld voorouders die zich niet van deze rol bewust zijn, deze ontbrekende kennis door het voorouder ritueel aangereikt krijgen. Een voorval: ik ga voor een voorouder staan, pak even later met beide handen mijn hoofd vast en roep uit: “Er is iemand in mijn hoofd aan het tetteren! Er is iemand in mijn hoofd aan het tetteren: ‘je staat op een voorouderlijn! Je staat op een voorouderlijn!...’ Het zal mijn vader wel zijn."
Deze jongeman was zich niet bewust dat hij in dat leven vader was geworden, en zijn vader zag de kans schoon hem dat nou eindelijk eens aan zijn verstand te brengen. De jongeman was eerder weggelopen van huis, vertelde hij, omdat zijn vader zo vaak schreeuwde. En nu dus weer.
Uit: 'Twee rituele opstellingen' onder ‘Voorouder opstellingen’
Tip steentjes
De eerste keer dat ik met iemand online een afspraak had voor een voorouder ritueel had deze persoon bedacht dat het geen steentjes hoefden te zijn. Ze had voor houten kraaltjes gezorgd. Gelukkig had ze om de hoek bij haar huis een pad met kiezelsteentjes zodat ze meteen voor steentjes kon zorgen.
Waarom steentjes? Stenen kunnen heel goed energie vasthouden en weer loslaten. Hout heeft die capaciteit minder.
Uit: 'Steentjes invoelen en representeren' onder ‘Voorouder opstellingen’
Nieuwsgierige voorouders
Zelf kwam ik in een 30-generatie opstelling van een voorouderlijn reuzen tegen. Ik noem een 30-generatie opstelling, een opstelling zonder representeren, met alleen invoelen, van 30 generaties in vier voorouderlijnen (dus vier maal 30 steentjes invoelen). Reuzen in de familie, dat vond ik heel leuke informatie. Die kon ik delen met enkele lange familiegenoten.
De 30-generatie opstelling met mijn vier voorouderlijnen heb ik twee maal gedaan, omdat ik de helpende vraag en de andere vragen gescheiden heb behandeld. De eerste keer deed ik deze uitgebreide voorouder opstelling met alleen de vraag dat voorouders naar voren kwamen die konden helpen. De tweede keer met de overige vragen: voorouders die zelf hulp nodig hadden, die een boodschap wilden doorgeven, of die iets van zichzelf kenbaar wilden maken. Vanuit die laatste uitnodiging: "ik wil voorouders vragen naar voren te komen die iets van zichzelf willen kenbaar maken," kwam de informatie van de reuzen door.
Nog een grappige gebeurtenis bij de 30-generatie opstelling. Bij het invoelen van de steentjes voelde ik geregeld niets, ook niet na even invoelen. Dan dacht ik op een gegeven moment: "hier is niets." Na nog even invoelen, voor de zekerheid, dacht ik opnieuw: "nee, hier is niets." Bij het invoelen van één steentje voelde ik vrij snel en vrij duidelijk: "hier is niets. Nee, hier is niets." Hoe kan dat? Ben ik dat? Denk ik dat? Ik was getriggerd hierdoor en dacht: "ik ga nu toch even kijken wat hier is." Ik ging me dieper concentreren. En dat hadden ze niet verwacht: ik ontmoette een paar nieuwsgierige voorouders die aan het rondkijken waren, die zelf niet naar voren wilden komen, maar die op het licht van het voorouder ritueel waren afgekomen omdat ze nieuwsgierig waren. Die hadden zich verstopt achter het schermpje: "hier is niks." Maar dat schermpje viel natuurlijk op. Even stonden we elkaar verbaasd aan te kijken: "oh, jij bent van een andere dimensie?" Daar sta je dan opeens oog in oog met elkaar. Dat doet wat. Het duurde kort maar het was een gedenkwaardig moment.
Uit: ‘Wat ga je tegen komen?’ onder ‘Voorouder opstellingen’
Tip gewone mensen
Misschien denk je dat voorouders in een hoger spiritueel bewustzijn verkeren omdat ze niet meer op Aarde verblijven. Dat is niet het geval. Dat komt omdat je contact legt met de mens die ze waren, niet met hun ziel of hun hogere zelf. Dus de voorouder die naar voren treedt is de voorouder zoals die in dat leven was. Daarom kun je ook geen inzichten en helpende adviezen verwachten omtrent jouw huidige problemen. Voorouders komen naar voren vanuit hun eigen geleefde leven, waarbij ze een nu-gevoel hebben, omdat zij dat zijn.
Uit: 'Jouw vragen bij het representeren' onder ‘Voorouder opstellingen’
De boekenkast, de hond en de oude steen
De boekenkast wil ook wat zeggen
Met een kleine groep mensen kwam ik een keer samen om willekeurige onderwerpen die we zelf uitkozen, representerend op te stellen. Ik voelde dat een boekenkast in de ruimte waarin we opstelden, zelf opgesteld wilde worden. Waarom? Omdat die ook wat wou zeggen. Hij vond er ook wat van. Die stond in het huis van twee mensen die vaak opstellingen doen, en ik denk dat de boekenkast daarom het verschijnsel goed kende. Hij wilde zelf iets gezegd hebben. Hij was niet happy met z’n plek in het huis. Hij verwachtte een meer centrale plek want hij was een belangrijke boekenkast met belangrijke boeken erin, en hij werd niet veel gezien. Hij vroeg om aandacht en stelde de vraag of mensen die in dat huis kwamen, hem wilden groeten bij binnenkomst.
Als je gaat opstellen en nieuwsgierig gaat worden naar andere energieën, hoe ga je je daarmee verhouden als die iets kenbaar maken van fijn en niet fijn, of zelfs pijn? Als je de fijnstoffelijke wereld intrekt, hoe ga jij je ertoe verhouden? Mag ‘het’ komen opdraven om zich aan jou te tonen en kan het weer weg als een boek dat je gelezen hebt? De fijnstoffelijke wereld vindt het zeker fijn als we ons ervoor openen en weet ook dat het een hele weg is die we gaan. Maar sta er wel bij stil.
Oeroude hond energie
De andere opstelling waarvoor ik toen had gekozen om te onderzoeken was een dier, een hond. Geen specifieke hond, maar de honden energie. De energie hond. Dat werd meer een invoelende opstelling. Ik was onder de indruk van de ervaring die ik toen kreeg dat die honden energie een keer prachtig en groots is geweest, en dat we daarvan nu nog enkel de kruimels kennen, omdat de natuur weg is. Alles is ingepakt, verpakt, in hokjes, vakjes, letterlijk, figuurlijk. Ik kon daardoor ervaren hoe weinig leven er nog over was, omdat ik even een inkijkje in de honden energie kreeg. Wat een geweldige energie was dat. Toen zag ik in wat voor mini wereldje we leven, een poppenkastje. Maar goed, alles heeft een reden…
Steen zijn
Ik vond het ook een hele gewaarwording een keer een grote oude steen te zijn geweest, en echt van binnenuit het steenbewustzijn ervaren te hebben. Dat kende alleen zichzelf. Het ervoer dus ook geen omtrek. Ik wist toen ook, als steenbewustzijn, dat er een tijd was geweest dat stenen konden vliegen door de lucht. Op dat moment voelde dat heel gewoon, voelde dat logisch.
Uit: 'Invoelende en representerende opstellingen' onder 'Opstellingen algemeen'
Lichaams rechterkant en linkerkant
In een opstelling met de verdeling kind, ouder, volwassene en wijze in mezelf, kwam op de positie volwassene in mezelf, ook het gevoel van verschil tussen rechterkant en linkerkant van mijn lichaam naar voren. Dat diende zich even aan. Ik was er toen niet op ingegaan omdat ik die posities niet had opgesteld. Maar daardoor had wel die verdeling tussen rechterkant van mijn lichaam en linkerkant van mijn lichaam mijn interesse gewekt. Zonder me nog veel af te vragen besloot ik voor het volgende thema dat ik bedacht had, het thema huis, de verdeling in de posities rechts en links te nemen. Nodig: papier met pijl en steen voor rechterkant lichaam, papier met pijl en steen voor linkerkant lichaam, papier met huis erop. Ik legde de drie papieren neer. Wat bleek: rechts stond met zijn rug naar het thema en links ook. Ik ging op rechterkant lichaam staan en pakte de steen op. Rechts wilde niet deelnemen. Oké. Dan ga ik ook niet vragen waarom niet want dat is al deelnemen. Ik ging op linkerkant lichaam staan, pakte de steen op. Links wilde ook niet meedoen. Dus ook deze steen netjes neergelegd en niets meer gevraagd maar de stenen ontslaan van hun taak. Einde opstelling. Daarna ben ik de opstelling met het thema huis gaan doen met de posities mannelijk en vrouwelijk en dat ging prima.
Achteraf bleef ik met de vraag zitten: hoe zit het met de posities rechterkant lichaam en linkerkant lichaam? Waarom hadden ze niets aangegeven? Waarom wilden ze allebei niet meedoen in een opstelling terwijl ik deze posities van rechts en links in een eerdere opstelling, bij de positie ‘volwassene in mezelf,' wel had gevoeld? Toen kreeg ik een ideetje: ik ga de ‘wijze in mezelf’ vragen. Ik pakte een papier met pijl en ‘wijze in mezelf,' het papier met rechterkant lichaam en het papier met huis, en één steen. Ik legde de papieren neer en terwijl ik dat deed dacht ik: oh nee, dadelijk staat de wijze in mezelf er ook met haar rug naar toe en wil ze niet deelnemen. Maar gelukkig was dat niet zo. De wijze lag met haar pijl gericht tussen de twee papieren rechterkant lichaam en huis in. De drie papieren samen vormden een mooie driehoek. De pijl van rechterkant wees naar buiten, die stond er weer met zijn rug naar toe, maar dat was te verwachten. Ik had linkerkant lichaam niet gelegd want misschien had de wijze over rechts en links iets anders te melden. Links zou ik hierna doen. Het antwoord van de wijze over rechterkant lichaam kwam snel: rechterkant lichaam is een systeem van verwerking dat niet over zaken van buiten gaat, dat hanteert alleen zaken die van binnen spelen. Iets van buiten kent het niet. Oké, dat is duidelijk. Dat geldt natuurlijk ook voor linkerkant lichaam. Dan hoef ik die niet meer te leggen.
Ik kom nog een keer met ideeën hoe je de posities rechterkant lichaam en linkerkant lichaam kunt inzetten. Dat moet ik nog uitvogelen.
Uit: 'Opstelling alleen met thema' onder ‘Opstellingen alleen’
Voorbeelden helderhandelend vermogen
Toen John terminaal was en hij met zijn laatste levensstukje bezig was, deed ik opeens de gordijnen open op een stuk waar ze altijd dicht waren. We hebben in de huiskamer een groot raam en op sommige delen waren altijd de gordijnen dicht. Ik wist dat hij die altijd dicht wilde en ik ging die nu niet opeens open doen omdat hij het niet meer in de gaten had. Maar ik deed ze open en dat klopte, daar had ik een kloppend, een helder gevoel bij. Later hoorde ik dat taxus de boom van leven en dood wordt genoemd. Hebben wij een taxus in ons kleine tuintje? Jazeker, en wel precies op de plek die open kwam doordat ik dat gordijn opende, net twee weken voor zijn sterven. De taxus had opeens daardoor zicht op John die lag te sterven. Ik ben toen gaan invoelen welke kwaliteit taxus precies heeft. Iedere boom of struik heeft een specifieke kwaliteit. Ik vind het soms leuk die in te voelen. Bij de taxus heb ik dat gedaan. Deze legt een kleine energie laag van verlichting om iemand heen. Normaliter zijn we ongevoelig hiervoor, dat gaat voor ons geen verschil maken. Maar als iemand stervende is, gaat het wel verschil maken in zijn of haar energetische veld. Taxussen verlichten letterlijk het stervensproces, ze brengen verlichting in.
Nog een ander voorbeeld. Hierbij had ik een eigen, menselijke interpretatie waarom ik het deed. Later kreeg ik informatie hierover vanuit mijn gidsen. De situatie:
Op een gegeven moment was het duidelijk dat John terminaal was, maar nog niet in die zin dat een levensverwachting goed gegeven kon worden. Achteraf bleek zijn levensduur vanaf dat moment ongeveer een half jaar. Ik ging John omringen met bloemen. Al eerder, vanaf de tijd dat hij veel op bed lag, zorgde ik voor een bloemetje, maar ik ging op een gegeven moment de huiskamer er vol mee zetten. Het leek wel iedere dag feest. Vier, vijf boeketten stonden er altijd. John zei wel eens: die bloemen betekenen dat ik dood ga. Ik interpreteerde zijn uitspraak zo: omdat ik weet dat hij niet meer lang te leven heeft en hij weet dat ook, staan die bloemen er, want hij houdt van natuur en kijkt er heel graag naar. Dat doe ik omdat hij niet meer lang te leven heeft want ik zou het niet doen als hij nog tien jaar zou leven. Dat is een menselijke reden.
Later kreeg ik van gidsen de informatie dat John dat anders had bedoeld: dat er bloemen staan betekent dat hij niet meer lang te leven heeft want dat is de betekenis van bloemen: bloemen hebben een rol in het stervensproces. Ja, ze staan ook bij feestjes, maar ze zijn zeker ook belangrijk bij een stervensproces. En John, die helderwetend, helderziend en van alles helder was, wist dat. Ah. En hoe kunnen bloemen helpen bij het sterven? Wat doen ze dan? Dat is erg interessant en tevens ook de reden dat ze op feestjes aanwezig zijn: bloemen bevriezen in de tijd. Ze zetten ervaringen vast. Dat is heel geschikt voor feestjes: ze bevriezen jouw ervaringen en maken je open voor een feestje: kijk eens wat een mooie bloemen, en daar ga je al. In het stervensproces maken ze je daarmee al een stuk los uit jouw leven, dat bevriezen ze. Ze beginnen jouw ervaringen al uit jouw systeem te halen als het ware door ze te bevriezen, vast te zetten. Als je dan sterft is er minder waarvan je los moet komen. Dat maakt het wel zo makkelijk. De blije gelukservaringen springen op dat moment los en begeleiden je het eerste stukje van de doodservaring. Dan voel je je gelukkig. Dat gelukkige gevoel bij doodgaan heeft ook andere redenen, maar dit is er één van.
Deze ervaringen beschrijf ik om je inzicht te geven in de fijnstoffelijke wereld. Omdat we die niet kennen hebben we geen zicht op wat allemaal fijnstoffelijk bereikbaar is, toegankelijk voor mensen. Het is niet gezegd dat jij hierop uitkomt, maar je wordt hierdoor hopelijk wel iets bekender met het feit dat er fijnstoffelijke zaken achter de bekende realiteit liggen die invloed hebben.
Uit: 'Inzicht via procent oefeningen' onder 'Fijnstoffelijke oefeningen'
Het verdronken wezentje
Mijn zus uit Nieuw Zeeland en ik hadden een keer iets op subtiel energetisch niveau gedaan dat niet zoveel tijd vroeg, en we hadden daarom nog tijd over. Ik zei dat het mij leuk leek om een keer te representeren. We bespraken of dat kon online, want dan heb ik begeleiding nodig. Mijn zus zei meteen dat dat kon want afstand telt niet, en ze zei erbij dat ze als begeleider wilde dat ik zelf bij bewustzijn bleef. Jazeker. En wat zou ik dan kunnen representeren? Meteen kwam in me op: oma van moeders kant, dus de moeder van onze moeder. Haar hebben we niet gekend want zij is gestorven toen onze moeder nog een peuter was.
Ik ging staan om haar te representeren, en het eerste dat werd gezegd was: "ik ben jouw oma niet." Even later: "ik ben geen voorouder." En nog even later: "ik ben een wezentje dat verdronken is."
Mij vielen de klompen uit. Hebben we hier wel met een mens te maken? Die vraag stelde ik innerlijk aan het wezentje dat verdronken was.
Toen ontvouwde het zich. 'Ik' is een klein meisje van drie dat verdronken is, en dat rustig in een afgeschermde en veilige omgeving leeft waar het zich oké voelt en uit zichzelf niet uit hoeft. Het is een nichtje van onze oma die haar tante is. En deze vrouw, onze oma, is blijven vragen: “waar is dat kind?” Want dat kind was opeens vermist en was nooit meer gevonden.
Ik kon de ontroering voelen van onze oma dat ze elkaar ontmoetten. Maar ook de pijn bij onze oma: hierover had ze zich al die tijd zo ontzettend druk gemaakt.
Achteraf vroeg ik aan Margrete en Ferry hoe het kan dat dit probleem zich in de spirituele wereld niet had opgelost, en deze vrouw met de vraag naar dit vermiste kindje was blijven zitten. Zij legden uit dat vaak door trauma iemand niet goed bereikbaar is.
Omdat ze hierover getraumatiseerd was, kon ze het kindje niet eerder ervaren. Het was een helpende voorouder opstelling geweest, die anders verliep dan voorzien.
Uit: 'Groepje fijnstoffelijk'
Niet te dichtbij komen
Vandaag liep ik langs een natuurplek met een sterke energetische werking, die ook negatieve energieën kan transformeren. Ik geef die plek soms aandacht omdat ik weet dat ‘ie goed werk doet. Ook vandaag kwam ik weer even bij die plek, liep ernaar toe om hem met mijn aandacht te ‘eren’, en kreeg te horen: "niet te dichtbij komen." Dat is natuurlijk prima, maar waarom wordt mij dat aangegeven? Zelf zie ik geen enkel probleem om dichtbij die plek te komen. En door wat of wie wordt dit gezegd?
Even later liet het wezentje dat dit had aangegeven zich zien. Mijn blik werd er naar toe gericht en toen zag ik het plots. Ik heb er een foto van gemaakt. Een heel subtiel fijn wezentje.
Wat is er aan de hand? Die plek heeft heel krachtige energieën en er zijn astrale wezens die dat kan schaden, als ze te dichtbij komen. Dit wezentje is daar om 'iedereen' te beschermen voor de sterke energetische werking, door ze op afstand te houden. Lief hè? Kun je het zien?

Lange tijd heb ik astraal werk gehad waarbij ik veel foto's maakte, astrale foto’s. Dat ik af en toe weer de gelegenheid krijg om iets uit de astrale wereld op foto te zetten, ditmaal in ons 3D wereldje, vind ik superleuk. Zoals gezegd, mijn blik werd erheen geleid, anders had ik het niet gezien. Het wezentje wil niet dat ik de plek deel met andere mensen want dan gaan die het misschien aanspreken en daar is het veel te teer voor. Zelf deel ik dit kleine gebeuren wel graag. En dan is erover vertellen maar niet zeggen waar, een mooie tussenoplossing.
Uit: ‘Wie ben ik?’ onder ‘Overig’.
