.
.
Beschrijving van de hele opstelling
In de beschrijving wordt uitgegaan van een 10 generatie opstelling.
Je zorgt voor tien stenen. Als je wilt zorg je voor de duidelijkheid voor papiertjes met de woorden: moeder, vader, opa van moederskant, opa van vaderskant, oma van moederskant, oma van vaderskant, generatie 3, generatie 4, enzovoort tot en met generatie 10. Je zorgt voor een symbool voor jouw innerlijke kind en voor een symbool voor jezelf. Met beide symbolen gebeurt in het ritueel niets speciaals, ze vertegenwoordigen een stuk van jouw eigen energie. Je bereidt jouw vragen aan de voorouders voor. Daarbij kun je gebruik maken van het format op de webpagina ‘Jouw vragen aan voorouders’ onder ‘Voorouder opstellingen’. Link: internal://c204ef26-a90a-4740-8ccc-a38940cac6c0
Zoals je daar ziet begin je altijd met het noemen van jouw naam. Je heet de voorouders welkom en daarbij noem je expliciet de voorouderlijn die je legt (of moeder en oma, of moeder en opa, of vader en oma of vader en opa). Je geeft de voorouders aan dat je verbinding met hen wenst en je vraagt om hun hulp in jouw leven. Je kunt de voorouders ook vragen om een boodschap door te geven als ze die hebben, om informatie te geven die ze kwijt willen, en je kunt hen zeggen dat wanneer ze zelf hulp willen, ze dit ook kenbaar kunnen maken. Als je het uit je hoofd wilt doen is het handig om een aantekening bij je te hebben van de verschillende elementen van jouw introductie.
Als je het besluit hebt genomen deze opstelling uit te voeren, is het goed om enkele dagen te wachten met de uitvoering ervan, zodat jouw voorouders zich hierop kunnen voorbereiden. Het is daarom ook heel wenselijk al even met jouw voorouders te praten, ze te zeggen dat je dit gaat doen en ze alvast welkom te heten.
Bij de uitvoering van het ritueel zorg je dat je de tijd hebt en dat je niet gestoord wordt.
Je zorgt voor notitie materiaal.
Je legt de 10 stenen achter elkaar en zet beide symbolen naast je. Je zegt hardop van de eerste twee stenen voor wie ze staan.
Het notitiemateriaal heb je bij je als je invoelt zodat je direct een aantekening kunt maken als iets in je opkomt. Maar misschien werk je liever anders en schrijf je jouw intuïties en gewaarwordingen achteraf op. Let wel: bij invoelen werkt het geheugen vaak minder goed, omdat je niet in je gewone dagbewustzijn bent.
Als dit allemaal gereed is, ga je voor de voorouderlijn staan of zitten en spreek je jouw introductie en vragen aan de voorouders uit. De eerste steen tegenover je is die van een ouder, de steen daarachter die van een grootouder, de steen daarachter van de derde generatie, enzovoort.
Wanneer je een steen gaat oppakken, kun je het nummer van de betreffende generatie noteren, en bij de eerste twee generaties ook of het om de vader of de moeder gaat, om de opa of de oma. Zo voorkom je dat je de draad kwijt raakt en je op een gegeven moment niet meer weet welke voorouderlijke generatie je al gehad hebt en welke niet.
Als je de steen vast hebt, heet je de voorouder kort welkom en kijk je wat in je opkomt, wat je waarneemt, wat je voelt. Als je daarmee klaar bent, leg je de steen terug, maak je een notitie dat je die generatie gehad hebt, en noteer je wat er daarbij in je is opgekomen of wat je in jezelf hebt ervaren.
Dan pak je de steen van de tweede generatie en doet hetzelfde. Zo ga je alle stenen na.
Als je klaar bent met alle stenen, ontsla je de stenen van hun vertegenwoordiging door ze te zeggen dat ze nu weer gewoon stenen zijn. Dan kun je doorgaan met de tweede voorouderlijn vanuit dezelfde ouder, of je gaat een andere keer verder. Daarbij doe je hetzelfde: je legt ook weer 10 stenen, alleen voel je de ouder niet meer in, want dat heb je in de vorige voorouderlijn gedaan. Je begint de tweede voorouderlijn dus met de oma of opa die je nog niet hebt gehad.
De derde en vierde voorouderlijn volgen dezelfde stappen.
In een blokje met een eigen ervaring bij het invoelen van mijn voorouderlijke generaties, heb ik aangegeven dat ik geregeld niets waarnam bij een steen (in de casus: ‘Nieuwsgierige voorouders,’ onder het kopje ‘Wat ga je tegen komen?’). Ik was mij ervan bewust dat ik de steen wel vast hield en er contact mee maakte en dat dat betekenis had. Op een gegeven moment voelde ik dat er geen nieuwe informatie meer naar voren zou komen in een voorouderlijn die ik al voor een stuk had ingevoeld. Toch bleef ik alle stenen die er nog lagen, invoelen, om contact te maken met iedere generatie en de band te versterken. Anderen, die dezelfde opstelling voor hun voorouders deden, gaven naderhand aan ervoor gekozen te hebben om die stenen niet meer in te voelen. Ook dat kan.
Zorg dat je na afloop een plekje voor jouw voorouders creëert zodat je af en toe aan hen denkt en je je met hen verbindt.
Op de volgende webpagina staat de uitleg van de opstelling in stappen.
